1. Zie Het Als Een Bijbaantje


    Datum: 20-7-2020, Categorieën: Werk Auteur: Annemiek, Bron: Opwindend

    Sinds vier jaar run ik samen met mijn man Ron een kleine brasserie in een buitenwijk van de stad. In de eerste twee jaren hadden we het ongelofelijk druk en konden we er prima van leven. Ons publiek bestond vooral uit kantoormensen die werkzaam waren in het tegenover gelegen bedrijfsverzamelpand. In de crisisjaren leek alles in te storten. Het kantoorgebouw werd gesloten en verkocht aan een ontwikkelaar. Sindsdien staat het leeg en moeten we het doen met winkelend publiek en buurtbewoners.
    
    Gelukkig kregen we de kans om een postagentschap te openen en ging de vlaaienschop failliet. We namen beide activiteiten over, verbouwden een klein deel van onze brasserie en nu hebben we een klein multifunctioneel bedrijfje. Om de verbouwing te realiseren plunderden we onze spaarrekening en leenden we geld van Rons vriend en aannemer Karel. Zijn werklieden deden het zware werk van de verbouwing en sindsdien staan we ruim tienduizend euro bij hem in het krijt. We betalen maandelijks rente en aflossing en hebben afgesproken dat we extra aflossen zodra we de kans hebben.
    
    Elke ochtend open ik al om halfnegen de deuren van “Martine’s Brasserie” en ’s avonds rond zessen sluit ik die weer. Geholpen door Ron en onze stagiaire Joyce kunnen we de touwtjes net aan elkaar knopen. We zijn Karel dankbaar voor zijn hulp. Zijn lening hebben we buiten de boeken gehouden zodat we hem zwart kunnen betalen als de omzet dat toelaat. Vandaag komt Karel langs om zijn geld te halen. Helaas hebben we al drie maanden achterstand omdat we onverwacht onkosten hadden aan de koeling.
    
    Het is rond elven als Karel binnen komt en zoals gebruikelijk aan een tafeltje achter in de brasserie gaat zitten. Hij lijkt vrolijk en zit druk te bellen als Ron twee koffie maakt en bij hem aan tafel gaat zitten. De mannen kletsen, ik zie Ron glimlachen en instemmend knikken. Hij wenkt me dat ze nog koffie willen.
    
    Even later voeg ik me bij ze aan tafel. Ik zoen Karel op zijn wang en vraag hoe het gaat. Hij steekt zijn duim op en zegt ‘niks te klagen, nouja…bijna niks’. Even slaat de schrik op mijn keel, zou hij moeilijk doen om het geld. Karel pikt mijn schrik direct op, glimlacht en zegt dan ‘hey, we zijn vrienden, geen zorg om het geld, dat regelt zich ooit wel’. Reflexmatig leg ik mijn hand op die van hem, mijn lippen bewegen en ik zeg onhoorbaar ‘bedankt’. Zijn knipoog stelt me gerust en als hij even later voorstelt dat we weer een keer een borrel moeten komen drinken ben ik helemaal gerust.
    
    Als ik ’s avonds naast Ron op de bank zit begint hij over zijn gesprek met Karel. Hij heeft een afspraak gemaakt om zaterdagavond een borrel te gaan drinken en door te praten over onze schulden en de wijze waarop we het terug kunnen verdienen. Daarnaast heeft Karel ons gevraagd de catering te verzorgen voor een feestje. Ik knik tevreden, mooi dat Karel ons daarvoor vraagt, dan kunnen we wat extra’s verdienen. Ron stemt me gerust, met Karel komen we er wel uit.
    
    Als ik me zaterdagavond omkleed vraagt ...
«1234...15»